Algemeen

Artikel 1 Definitiebepaling
Tuchtrechtspraak van de Stichting Tuchtrecht Complementaire Zorg, hierna te noemen TCZ, wordt in eerste aanleg uitgeoefend door een College van Toezicht, hierna te noemen college. Dit college is bevoegd tot het behandelen van een zaak in eerste aanleg indien degene over wie wordt geklaagd, hierna te noemen ‘verweerder’, ten tijde van het desbetreffende handelen of nalaten onderhevig was aan de tuchtrechtspraak van TCZ.

a. klacht,
Bij de tuchtcolleges kunt u alleen klagen over situaties die onder de tuchtnormen(beroepscodes) binnen de complementaire zorg vallen. In bijna alle gevallen betreft het hier de beroepscode van de RBCZ/TCZ en de beroepscode van de beroepsorganisatie waarbij de beroepsbeoefenaar is aangesloten. Bij studenten betreft het naast de RBCZ/TCZ beroepscode ook de het reglement van de opleiding.

b. klager,
De patiënt, 
Een naaste betrekking of nabestaande (partner, ouders of andere familieleden van de patiënt)
Degene die aan de aangeklaagde een opdracht heeft verstrekt en gemachtigd heeft,
De inspecteur voor de volksgezondheid.

c. verweerder.
een beroepsbeoefenaar die ingeschreven is in het RBCZ register, mits deze therapeut zijn verplichtingen t.o.v. de beroepsorganisatie en de TCZ/RBCZ heeft voldaan, een zorgverlener die ingeschreven is in het TCZ register. Mits deze beroepsbeoefenaar zijn verplichtingen t.o.v. de beroepsorganisatie en de TCZ/RBCZ heeft voldaan, een student die door de opleiding is aangemeld voor het TCZ en derhalve onderhevig is aan het tuchtrecht.

Artikel 2  Registratie
Een beroepsbeoefenaar die onderhevig is aan het tuchtrecht dient aangesloten te zijn bij een beroepsorganisatie waarmee de TCZ een overeenkomst is aangegaan.